Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » actuele kunst & kunstenaars » francis bacon

francis bacon

Francis Bacon (Dublin, 28 oktober 1909 – Madrid, 28 april 1992) was een Engelse expressionistische kunstschilder. Hij maakte portretten van personen, waarbij het gezicht of lichaam misvormd was om een betere indruk van hun psychische en emotionele gesteldheid te geven. Bacon portretteerde niet de buitenkant van de personen, maar de binnenkant. Zijn schilderijen hebben vaak een groteske, duistere en angstaanjagende uitstraling.

De geportretteerden in het werk van Bacon zijn vaak eenzame, wanhopige en depressieve personen die in een chaotische wereld leven en zich hebben teruggetrokken in een claustrofobische duistere locatie.

 

Bacon maakte gebruik van een unieke schildertechniek waarbij hij eerst verf op een doek smeet en daarna pas ging kijken wat hij in de verfklodders zag. Pas als hij een voorstelling in de abstracte verf zag, ging hij deze klodders uitsmeren met een doek, waarbij de verf in de poriën van het (ongeprepareerde) linnen werd gedrukt. Tijdens het uitsmeren kwam hij al werkende tot een eindresultaat, wat hij 'boetseren in verf' noemde. Door de snelle, dynamische en spontane manier van schilderen en door de vele onbeschilderde plekken in zijn schilderijen kunnen zijn werken worden beschouwd als aquarellen in olieverf.

Bij Bacon vormde compositie het belangrijkste onderdeel van het schilderij. Hij experimenteerde net zolang tot hij de juiste verhouding tussen vorm, kleur en diepte had. Hierbij was de leegte even belangrijk als de vormen en figuren zelf waren. Volgens Bacon was het maken van composities dan ook zijn enige drijfveer als kunstenaar: structuur scheppen in de chaos die zijn eigen leven was. Alle figuren hadden, tot in de kleinste details, een speciale betekenis in Bacons leven en alleen door deze figuren en vormen in strakke compositie te plaatsen kon hij met die obsessies afrekenen. Omdat het maken van composities veel experimenteren en oefenen vergde, maakte Bacon tientallen schilderijen over hetzelfde onderwerp, net zolang totdat hij de ultieme compositie maakte en met dat beeld kon afrekenen. Steeds terugkerende beelden die door Bacons hoofd spookten en waarmee hij dus diende af te rekenen waren de kruisiging, drieluiken, het portret van Velázquez, de zelfmoord van zijn geliefde George Dyer, schilderijen van Vincent Van Gogh, de menselijke mond, roofdieren en röntgenfoto's. Al deze figuren en thema's keerden constant terug in zijn werk.

Hoewel Bacons werk nooit abstract is geworden, schilderde hij zijn schilderijen wel bewust onduidelijk waardoor meerdere interpretaties mogelijk werden. Bacon wilde dat 'de verf een eigen leven ging leiden', waarmee hij bedoelde dat ieder mens in de compositie kon zien wat hij erin kon zien. De details, personen en voorwerpen op het schilderij waren voor hem zeer persoonlijk gevoelig en, naar zijn eigen zeggen, niet belangrijk voor de kijker. De kijker hoefde alleen de harmonie, rust en orde van de compositie te ervaren.

Het werk van Bacon wordt vaak tot het expressionisme gerekend, maar er zijn ook raakvlakken met het surrealisme. Bacon noemde zichzelf een 'persoonlijk realist': hij schilderde zijn ervaringen en waarnemingen op een manier zoals hij die in zijn hoofd wilde rangschikken

In 1944 maakte Bacon het schilderij dat hem in een klap wereldberoemd zou maken. Bacon noemde het schilderij zelf: 'mijn ultieme meesterwerk'. Vreemd genoeg is Three Studies helemaal geen schilderij, maar een voorstudie. Bacon liep namelijk rond met het idee om een enorm kruisigingsschilderij te maken. Aan de voet van het kruis zouden agressieve wezens komen te staan die de gekruisigde zouden uitlachen. Bacon zat te denken over het uiterlijk van de wezens toen hij het Griekse mythologische boek Oresteia onder ogen kreeg, waarin de Euminides voorkomen. Dit zijn een soort wraakgodinnen. Tijdens het lezen van het boek zag Bacon ineens de beelden van afschuwelijke grijze wezens in zijn hoofd. Om te voorkomen dat hij deze beelden zou vergeten, schilderde hij razendsnel drie wezens op drie hardboard platen. Eric Hall bezocht zijn atelier en zag de drie impulsief geschilderde monsters, waarna hij meteen aanbood om het te kopen. Hall schonk de werken vervolgens als één drieluik aan de Tate Gallery.

Volledig onverwacht oogstte Three Studies enorm veel lof en zorgde het schilderij voor een sensatie. De echte kruisiging heeft Bacon nooit geschilderd, waardoor de drie voorstudies als één drieluik een eigen leven zijn gaan leiden. Het uitbrengen van Three Studies was het belangrijkste moment uit Bacons carrière. Voor het eerst had hij nu een werk afgeleverd dat niet in de schaduw stond van Picasso en voor het eerst had hij nu een duidelijke eigen stijl laten zien. Na een jarenlange worsteling had hij eindelijk zijn artistieke identiteit gevonden. De combinatie van een snelle, losse en energieke schilderstijl met een angstaanjagende voorstelling, zou na Three Studies in alle schilderijen van Bacon voorkomen

Halverwege de jaren 60 veranderden de onderwerpen in Bacons oeuvre. De kruisiging, wilde dieren, pausportretten, kadavers en Van Gogh-studies, werden vervangen door portretten van dierbaren en kennissen uit Bacons eigen omgeving. Ook begon hij te werken aan een reeks drieluiken waarin hij gebeurtenissen uit zijn eigen leven verwerkte.

Een belangrijke ontwikkeling in zijn leven was de relatie met George Dyer. Bacon leerde hem in 1963 kennen en hij zou zijn partner blijven tot 1971. Dyer kon de extravagante levensstijl - met veel drank - van Bacon niet aan en hij pleegde zelfmoord op de vooravond van Bacons tentoonstelling in het Grand Palais in Parijs. Om het overlijden van Dyer te verwerken, maakte Bacon een aantal drieluiken waarin hij de dood van zijn vriend beschreef.

Vanaf de jaren 80 verandert Bacons schilderstijl drastisch. De ruwe agressieve penseelstreken en een onduidelijke schilderstijl wordt vervangen door een fijnere schilderstijl, waarbij Bacon zich steeds meer gaat richten op een realistische schildertechniek. Ook worden de kleuren zachter en beter gecombineerd