Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » architectuur » 20'eeuw

Bestand:RadioKootwijk.A.Voor.JPGart deco

Het modernisme is een verzamelnaam voor vernieuwende stromingen in de kunsten en de westerse maatschappij tijdens de eerste helft van de 20e eeuw.

De term refereert aan een culturele beweging die vooral na de eerste wereldoorlog in verzet komt tegen de traditionele opvattingen en vormen van kunst, architectuur, literatuur, geloof, sociale organisatie en het dagelijks leven. De moderne roman, het moderne toneel, de architectuur en de poëzie moesten vernieuwd worden zodat zij de moderne geïndustrialiseerde maatschappij beter weerspiegelden.

 

  • In de schilderkunst was al sinds het Parijse Le Salon des Refusés uit 1883 een vernieuwing op gang gekomen met de impressionisten die een eigen 'salon' inrichtten omdat ze met hun werken geweigerd werden op het officiële Parijse salon.
  • In de 20e eeuw vallen ook kunststromingen als expressionisme, dada, kubisme en surrealisme onder modernisme.
  • In de Architectuur ontstaan door gebruik te maken van nieuwe materialen allerlei nieuwe vormen van bouwen.

  • In de architectuur verwijst het naar de internationale stijl vanaf ca. 1920 waarbij het functionele voorrang heeft op de vorm (de 'woonmachine' van Le Corbusier).
  • Het ornament wordt verdwijnt ten gunste van sobere, geometrische basisvormen, platte daken en het gebruik van moderne materialen zoals gewapend gietijzer, ijzer en beton.

LECORBUSIER

De betekenis en invloed van le Corbusier op het Nieuwe Bouwen en de Internationale Stijl waren zo groot dat hij soms de 'architect' van de 20e eeuw' wordt genoemd.

Zijn werk kreeg en krijgt veel lof maar ook veel kritiek.

Critici zien hem verantwoordelijk voor de dood van de architectuur en de zielloosheid van de moderne stedenbouw terwijl architecten en kunstkenners zijn genialiteit van ongekende waarde voor de ontwikkeling in de bouwkunst vinden. 

Le Corbusier had een enorm obsessie voor de orde van de natuur, hiervoor zijn drie motieven te vinden:

  • het leveren van goedkope hoge-kwaliteits woningen;
  • het vergemakkelijken van het leven;
  • het verbinden van mensen door hun medegebruik van standaard elementen.

Centraal in Le Corbusiers idee van gemeenschap was het concept van de Radiant city.

radiantcitycorbusier.jpg

Stralende architectuur zou invloed uitoefenen op de omgeving en kan architectuur ‘stralend worden gemaakt’ door het gebruik van de modulor, Corbusiers eigen maatsysteem.

Le Corbusier benadrukt het belang van de relatie en communicatie om zo een hogere vorm van beschaving tot stand te brengen. Hierbij zou duidelijke standaardisering de hoofdrol spelen.

Le Corbusier streeft tot op het einde van zijn carrière, naar een minutieus onderzoek van elk detail verbonden met het huis, en een gesloten onderzoek voor een standaard.

Een architectonisch maatsysteem dat bewust gebruik maakt van de gulden snede is de Modulor.

Het doel van de modulor is een wiskundige benadering van de menselijke maat mogelijk te maken waarmee gebouwen afgestemd worden op de maten van een mens.

Met het abstraheren van het menselijk lichaam trad Le Corbusier in de voetsporen van Vitruvius, die al eerder een dergelijke abstractie had gemaakt: de Vitruviusmens.

Le Corbusier ging wel uit van de maten van de moderne mens; in de eerste opzet ging hij uit van een standaardlengte van 1,75 m, latere implementaties hadden het over 1,83 m. Deze maten gaven de basis voor een geometrische waardenreeks van maten, waarvan de onderlinge verhoudingen gebaseerd zijn op de gulden snede.

 

De Modulor

 

Le Corbusier geloofde dat deze maten, direct gerelateerd aan het menselijk lichaam, architecten zouden helpen bouwwerken aan de behoefte van de mens aan te passen.

 

 

Vijf Punten van een nieuwe architectuur

  • Les pilotis: het gebouw moet van de grond verheven worden
  • Le toit-jardin: het platte dak wordt als buitenruimte ingericht
  • Le plan libre: vrije indeling op elk niveau dankzij het skelet
  • La façade libre: de gevels zijn niet dragend
  • La fenêtre en longeur: het horizontale bandraam

 

 

 

 

Bestand:Bauhaus-Dessau Atelier.jpgvliesgevel

Een vliesgevel, ook wel gordijngevel of glasgevel, is een niet dragende gevel of afscheiding tussen exterieur en interieur van een gebouw. Omdat de vliesgevel niet-dragend is kan het worden opgebouwd uit lichte materialen, zoals glas, waardoor er bespaard kan worden op gewicht.

Een vliesgevel draagt geen andere belasting dan zijn eigen gewicht en geeft die samen met de windbelasting die op de gevel komt af aan de achterliggende constructie van het gebouw die het op zijn beurt afdraagt op de fundering. Zoals de meeste gevels zijn vliesgevels ontworpen om wind- en waterinfiltratie in gebouwen tegen te gaan.

FUNCTIONALISME: is een stroming in de architectuur die inhoudt dat constructie en uiterlijk bepaald moeten worden door de functie van het gebouw.

Alle uiterlijke kenmerken moeten een afspiegeling zijn van functionele elementen. Schoonheid is hierbij dus geen doel op zich. Daarom geen versiering zonder dat deze toevallig ook een functie voor het gebouw heeft. De idee achter het functionalisme is, de schoonheid van een gebouw is gelegen in zijn functie. Form Follows Function wordt het ook wel genoemd.

Skeletbouw

Skeletbouw is een specifieke bouwmethode, waarbij de belastingen die op een gebouw werken, zowel de verticale als de horizontale, door een geraamte of skelet worden overgebracht naar de fundering. Gevels, muren en tussenwanden hebben alleen een ruimtescheidende functie.

bauhaus

BAUHAUS
Het Bauhaus had tot doel om alle vormen van kunst in de architectuur onder te brengen. Door de creatieve inspanningen van diverse kunstdisciplines te bundelen, het zogenoemde Gesamtkunstwerk, zou uiteindelijk een nieuwe vorm van architectuur ontstaan.

De naam Bauhaus was geïnspireerd op de Bauhütte (bouwloodsen) van middeleeuwse kathedraalbouwers. Volgens Gropius stonden bij dergelijke religieuze bouwprojecten alle ambachten in het teken van het betreffende project.
Binnen de nieuwe Bauhausarchitectuur werden structuur en decoratie één. 

Handvaardigheid werd bij de werkzaamheden gestimuleerd, evenals het gebruik van uiteenlopende materialen als textiel, staal, glas, (gebogen hout, leer en kunststof. Hiermee moest de creativiteit van het individu worden gevormd

Kunst en ambacht

Het idee om uiteenlopende studies, zowel kunst, architectuur en kunstnijverheid onder één dak bijeen te brengen ontstond in navolging van Engelse en Oostenrijkse experimenten. In Engeland had John Ruskin een groot probleem met de industrialisatie. Hij miste daarin de persoonlijke touch en de deskundigheid van de arbeider. De haat van John Ruskin tegen de moderne beschaving resulteerde in een leer waarin de kunstenaar of ambachtsman elke stoel, elke beker en elk glas elke keer opnieuw zou moeten uitvinden. Deze beweging kreeg de naam Arts and Crafts. Nadat in Oostenrijk onder invloed van de soortgelijke beweging Jugendstil een museum voor Kunst en Nijverheid was opgezet, kwam ook in Berlijn in 1871 een soortgelijk initiatief van de grond. Jugendstil bepaalde vijftien jaar de kunst in Europa. De combinatie kunst en ambacht zou kenmerkend worden voor Bauhaus, met dit verschil, dat in Duitsland geen aversie tegen de moderniteit en industrialisatie bestond

Bauhaus 1919 tot 1933
• Als uitgangspunt: Alle kunstvormen moeten in dienst staan van de architectuur

• Heldere vormgeving en constructie
• Geometrisch en functioneel
• In Amerika komt het New Bauhaus in Chicago
• Gladde zakelijke vormgeving
• Beton-staal skeletbouw, vliesgevels, prefabbouw: de internationale stijl

Internationale Stijl

Functionalisme in de architectuur van af 1900
• Het doel van gebruik bepaald de vormgeving van een gebouw
• De vorm volgt de functie
• Zuiverheid van vorm en constructie
• De dragende constructie is skeletbouw
• Weinig tot geen versiering woonfunctie / functie is het uitgangspunt.

De Internationale Stijl ( circa 1930 tot circa 1970)

De term is afkomstig van de titel van het boek The International Style, geschreven door Philip Johnson en Henry-Russell Hitchcock.

De stijl is ontstaan uit het Nieuwe Bouwen.

Die stijl legde reeds de nadruk op zaken als functionaliteit, strakke vormen, moderne constructietechnieken en afwezigheid van versieringen.

Deze lijn is in de Internationale Stijl voortgezet en verder ontwikkeld.

Bekende architecten die met de Internationale Stijl worden geassocieerd zijn bijvoorbeeld Le Corbusier, Ludwig Mies van der Rohe, Oscar Niemeyer, Alvar Aalto en Eero Saarinen. Het latere werk van Frank Lloyd Wright kan ook tot deze school gerekend worden. Van de meubelontwerpers kunnen bijvoorbeeld Marcel Breuer en Mart Stam genoemd worden.

De Internationale Stijl is het meest bekend geworden met grote objecten als kantoorgebouwen, musea en dergelijke, maar heeft ook invloed gehad op stedenbouw, woningbouw en meubelontwerpen.

 

De invloed van De Stijl op de architectuur is tot ver na 1931 groot geweest. Onder anderen Ludwig Mies van der Rohe was een van de belangrijkste aanhangers van de principes en Rietveld bouwde tussen 1923 en 1924 het Rietveld-Schröderhuis, het enige bouwwerk dat volledig volgens de principes van De Stijl is neergezet

DE STIJL ( nederland)

De Amsterdamse School, 1910 - 1940

De Amsterdamse School (bouwstijl1910 tot 1940) 

Vanuit Amsterdam werd deze expressieve, plastische vorm van bouwkunde ook elders in het land toegepast. De Amsterdamse School bouwde vooral volkswoningen en openbare gebouwen. Aan het begin van de jaren twintig van de twintigste eeuw kende deze stijl haar hoogtepunt.

De Amsterdamse School is een stijl in de bouwkunst, te plaatsen in de periode van de Moderne Bouwkunst, waartoe ook onder meer De Stijl, het Nieuwe Bouwen, de Chicago School en het Expressionisme gerekend worden.

Deze stijlen worden als reactie op de zogenaamde neostijlen gezien.

De Amsterdamse School gaat uit van vormen die verwant zijn aan het Expressionisme.

Ze is in zekere zin ook een reactie op het rationele werk van H.P. Berlage en dan in het bijzonder op de Beurs van Berlage, die dus uitdrukkelijk niet tot de Amsterdamse School behoort maar gezien kan worden als het begin van het Nederlandse Traditionalisme.