Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » 19 eeuwen schilderkunst » neo classisisme

 

Harmonische verhoudingen en puurheid van vorm werden nagestreefd

Neoclassicisme

Zoals tijdens de Renaissance diende de oude Griekse en Romeinse kunst/cultuur als inspiratiebron voor deze stroming in de kunst. 

Het gaat om kunst die aan het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw werd gemaakt.

Het neoclassicisme was een reactie op de weelderige en overdadige vormentaal van de barok en de rococo.

De Franse schilders Jacques Louis David en Jean Auguste Dominique Ingres, of de beeldhouwer Antonio Canova werkten in de neo classisistische stijl.

Zij zochten naar een getrouwe navolging van de idealen die bij de oude Grieken en Romeinen leefden. In de neoclassicistische architectuur liet men zich sterk inspireren door Griekse en Romeinse bouwwerken, vooral door de klassieke tempels. In Nederland behoren de meeste kerken uit de eerste helft van de 19e eeuw tot de neoclassicistische architectuur.

De neoklassieke stroming kwam op na een tweetal belangrijke archeologische vondsten die de belangstelling voor de oudheid deden opleven: de vondst van  Herculanem en Pompeii (1748) 

david

 

Neoclassicisme 1760 - 1840

Kenmerken Neo Classicisme 1750 - 1820 

  • strenge, eenvoudige compositie 
  • de omtreklijn (contour) is belangrijk 
  • reliëfachtige dieptewerking 
  • koel, helder kleurgebruik 
  • statische houdingen van de weergegeven personen 
  • klassieke onderwerpen in de eigen tijd geplaatst 
  • klassieke vormentaal 
  • moraliserende onderwerpen, portretten

 

Hernieuwde belangstelling voor kunst van de Grieken en Romeinen -> door opgravingen (Herculanum en Pompeii)

 

 gerome

 

Neoclassicisme 1760 tot 1840

KENMERKEN
• De klassieke oudheid werd weerspiegeld in de architectuur, kunst, een beeldhouwwerken
• Reaktie op de overdadige vormgeving van de rococco
• De achtergronden en kleding van de figuren in de schilderkunst zijn afgeleid uit de oude klassieke kunst
• Theatraal, statische compositie, weinig diepte werking
• Onzichtbare lichtbron
• Tekenachtige schilderingen en met strakke belijning
• Verstand en kennis boven emotie van de kunstenaar
• Klassiek schoonheidsideaal, half naakt
• Beeldhouwkunst:Wit marmer en glad gepolijste beelden , technische perfectie
• Symboliek,
• Empire is een "eind" neoclassicistische stijl
• Organische ornamenten, geometrie en symmetrie, verfijnde decoraties aan meubelen.

Klassieke bouwvormen terug (zoals: triomfboog Napoleon).

Macht en rijkdom laten zien met name in regeringsgebouwen -> vooral buitenkant

Schilderijen -> klassieke elementen -> strenge compositie.

Wikkelkleding -> Romeinen.

Onderwerpen uit de klassieke geschiedenis -> koel en helder kleurgebruik.

Eigentijdse onderwerpen -> veel klassieke invloeden in o.a de kleding van de dames, vormgeving meubilair en totale interieur.

Beeldhouwers -> vooral marmer -> lichaam in ideale vorm -> koel en zonder emotie.

Belangrijkste kunstenaars: Jean dominique Ingres en Antonio Canova.

Belangrijkste kenmerken van Neo Classicisme zijn:

- Bouwkunst -> gebruik klassieke elementen om macht en rijkdom uit te drukken

- Beelden -> menselijk gestalte technisch perfect in gepolijst marmer uitgebeeld, gevoelloos

- Schilderijen -> klassieke onderwerpen, theater/ toneelachtige voorstelling, tekenachtige       schilderwijze, dunne gewaden naar klassieke voorbeeld

ingres

Portretten werden, in opdracht, geschilderd. 

Met sobere middelen uitgewerkt, bewijzen deze portretten dat, naast alle classicistische theorieën, de waarneming en uitbeelding van de realiteit belangrijk wordt gevonden.

David schildert nuchtere, maar indringende portretten, zoals de op een groene 'directoire' sofa rustende Mme Récamier, gekleed in een natuurlijk vloeiende eenvoudig witte japon 'à l'antique', 1800, Louvre, Parijs.

David

giovanni pannini

De classicistische schilder is vooral een knap tekenaar, opgeleid aan een kunstacademie (door o.a. studie naar antieke beelden).

De symmetrische, eenvoudige compositie van de voorstellingen wordt kenmerkend.  Religieuze stukken en frivole of romantische voorstellingen zijn uit de mode. 
Moraliserende onderwerpen uit de oude geschiedenis zijn een belangrijk bewijs voor de kennis van de kunstenaar in de klassieke geschiedenis