Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » voorstelling

vermeer

Sommige kunst heeft een makkelijk op te sporen, welbewust opgelegde betekenis. Dat is bijvoorbeeld het geval met Middeleeuwse schilderijen. Die kunnen wij begrijpen, omdat ze zijn opgebouwd uit eenvoudig herkenbare symbolen. Als je een vrouw met een blauwe jurk ziet, en bij haar staat een vaas met witte lelies, dan weet je: dat is Maria, moeder Gods. En als je goed bent ingewijd, weet je dat die witte lelies weer symboolstaan voor haar maagdelijkheid, en de blauwe jurk voor haar hemelsheid

 

Voorstelling: De voorstelling is datgene wat zich afspeelt op het schilderij

 Thema: Het onderwerp van de voorstelling.

 Historiestuk: Schilderij met een historisch of religieus onderwerp.

 Genrestuk: Alledaagse voorstelling in schilderij.

 Figuurstuk: Schilderij waarin het gaat om de figuren (mensen).

 Portret: Afbeelding van een persoon, waarbij aandacht is besteed aan individuele kenmerken of trekken.

 Groepsportret: Portret van groep. Het verschil met een figuurstuk is dat in een groepsportret de gezichten duidelijk en herkenbaar in afgebeeld zijn.

 Landschap: Schilderij met als onderwerp het platteland of de natuur.

 Stadsgezicht; Schilderij met een stadsgerelateerd onderwerp.

 Stilleven: In een stilleven zijn een aantal levenloze objecten afgebeeld.De oudste stillevens uit de 16e en 17e eeuw bevatten symboliek.

 Abstract: Een abstract of non-figuratief werk heeft geen voorstelling en heeft geen zichtbare overeenkomst met de werkelijkheid.

 

Illustratie: Toelichting of verduidelijking van een tekst

Illustratief: De beeldende kwaliteiten zijn ondergeschikt aan de verhalende aspecten.

Allegorie: Voorstelling van een abstract begrip door  een concrete afbeelding. Vooral de personificatie is een veelgebruikt voorbeeld van een allegorische voorstelling, bijvoorbeeld een vrouw die de deugd voorstelt

Personificatie: Een wijze van voorstellen  waarbij een abstract begrip wordt vervangen door een persoon.  Bijvoorbeeld Uncle Sam die de Verenigde Staten personifieert. Personificaties maken vaak deel uit van allegorieën

Symbool: Symbolen zijn tekens of woorden die begrippen vertegenwoordigen en door veel mensen worden begrepen.Voorbeeld is een duif als symbool voor de vrede.

Attribuut: Een voorwerp dat aan een figuur wordt toegevoegd met de bedoeling hem of haar onmiddellijk herkenbaar te maken

Vanitas: IJdelheid. Aanduiding  voor schilderijen, meestal stillevens, die een allegorie zijn op de vluchtigheid van het bestaan.

Iconografie: Kennis van beelden.  Iconografie is de wetenschap die zich bezighoudt met de betekenis van uitgebeelde voorwerpen, mensen dieren en handelingen.

Vervreemding: Wanneer de dingen niet meer kloppen met de werkelijkheid zoals we die gewend zijn.

Stijl: Door opvattingen die in een bepaalde tijd en omgeving heersen wordt de manier van vormgeven beïnvloed. Wanneer een groep de beeldende middelen op dezelfde manier gebruikt spreken we van een stroming of een stijl.

Kitsch: In de oorspronkelijke betekenis gaat het om meubelen die lijken op mooie en kostbare voorbeelden, maar niet van hetzelfde niveau zijn. Er is geprobeerd om het meer te laten lijken dan het werkelijk is.

Cliché: Overbekende, niet originele, schematische en te vaak gebruikte voorstelling.

Monument: Kunstwerk in de openbare ruimte, opgericht om een persoon, een gebeurtenis of een periode te herdenken.

Readymade: Een bestaand object wordt tot kunstwerk verheven.  Voorbeeld is het urinoir van Marcel Duchamp

Object-trouvé: Gevonden zaken die in een kunstwerk worden verwerkt.

 

VOORSTELLING

odillon redon

Voorstellingsaspect: Iedere voorstelling heeft een aantal opvallende aspecten of kenmerken.

 Soms hebben ze te maken met de manier van vormgeven in een bepaalde periode of stijl.

Voorstellingsaspecten kunnen o.a. zijn de weergave van:
-personen: houding, gebaar,gezichtsuitdrukking, kijkrichting, kleding of haardracht, stofuitdrukking, het  interieur, achtergrond enz.
-Tradities: conventies, symbolen, attributen, genres
Overige voorstellingsaspecten: Statisch/dynamisch, thematisch/verhalend, figuratief/non-figuratief, impessionistisch/expressief
Het gebruik van beeldapsecten als kleurm compostitie, vorm enz versterkt doorgaans de voorstelling.

Figuratief =  kunst die duidelijke overeenkomst vertoont met de zichtbare werkelijkheid
Non-figuratief = kunst die voorstellingloos is.
Stofuitdrukking= je kunt bijvoorbeeld zien van welke stof de kleding is gemaakt, of van welk materiaal voorwerpen zijn gemaakt.
Expressief = de innerlijke beleving van de maker speelt een grote rol. Gevoelens als blijdschap, afkeer of verdriet bepalen de vormgeving van het beeld.
Impessionistisch= Impressie betekent INDRUK. Een impressie komt naar de waarneming tot stand. Een impressie maakt een vluchtige, niet gedetaileerde indruk.

conijn

Een paar vaktermen

Iconografie

Omdat wij op de hoogte zijn van deMiddeleeuwse conventies, kunnen wij de voorstellingen op Middeleeuwseschilderijen begrijpen en interpreteren. Kunsthistorici noemen dat geheel van  conventies de ‘Middeleeuwse iconografie’. Het woord iconografie betekent oorspronkelijk‘beeldbeschrijving’, en verwijst naar de kunsthistorische discipline die zich bezighoudt met het inventariseren en onderzoeken van beeldelementen in dekunst van bepaalde periodes, stromingen of genres. Het woord is geleidelijk aan synomiem geworden met het begrip‘beeldtaal’.

 Allegorie

Wanneer er, zoals in de Middeleeuwen,gebruik wordt gemaakt van vaste beeld middelen, met een vaste betekenis,dan kan men net als in de wetenschap complexe voorstellingen creëren, waarmee evenzo complexe betekenissenworden verbeeld. Wanneer elk beeldelement symbolische betekenis heeft, spreekt men van allegorieën en het spreekt vanzelf dat heel veel Middeleeuwse kunstwerken zo’n allegorisch karakter hebben, waarvan we de betekenis heel precies kunnen ontrafelen.

 Metafoor

Een metafoor is een gangbare maniervan betekenisoverdracht, waarbijgebruik wordt gemaakt van een gelijkenis. In een metafoor wordt een begrip verhelderd met behulp van eenander begrip. Denk aan uitdrukkingenals: ‘De kameel is het schip van dewoestijn’. Metaforen komen veel voor intaal, maar ook in kunstwerken.

 Emblematiek

In de 17e eeuw maakten de Nederlandse schilders gebruik van zogenaamde ‘emblemata-boeken’. Dat waren voorbeeldboeken, waarin precies stond beschreven hoe je een betekenisvol schilderij kon maken. In het voorbeeld zie je  een pagina uit een emblemata-boek, waarin bii een plaatje van een roker uitgelegd wordt dat roken een nieuwigheid is (we zitten in de 17e eeuw!) die niks goeds betekent, zoals de meeste nieuwigheden niets goeds betekenen (!). In het schilderij van Jan Steen zie je dezelfde roker zitten in een van Steens spreekwoordelijke huishoudens. Het roken symboliseert verloedering

 

Genres in de Schilderkunst

Afhankelijk van de afgebeelde voorstelling spreekt men in de schilderkunst onder meer van:

Landschap In de landschapschilderkunst draait het om weergave van landschappen; bergen, valleien, bomen, rivieren en bossen, als onderdeel van de schilderkunst. De hemel is vrijwel altijd onderdeel van het kunstwerk en de weersgesteldheid is een aspect van de compositie. Uit de eerste eeuw zijn Romeinse fresco's van landschappen ter versiering van ruimtes bewaard gebleven in Pompeii en Herculaneum.

Portret Een portret is vaak een eenvoudige afbeelding van het gezicht of een buste met een ingetogen pose (zoals pasfoto's). Portretkunst bloeide reeds in Romeinse beeldhouwwerken, waarbij een realistische weergave werd gewenst. Realistische portretten van individuen verschenen opnieuw in Europa in de late middeleeuwen, in Bourgondië en Frankrijk.

Stilleven Stillevens zijn voorstellingen zonder levende wezens. Met het schilderen van een stilleven kan een schilder zich concentreren op de compositie en op het gebruik van kleur en toon. Een stilleven is dus een studiewerk. De stillevens uit de Vlaams-Nederlandse schilderkunst uit de 17e eeuw zijn vooral beroemd om de stofuitdrukking, de weergave van het oppervlak van een voorwerp. In één stilleven laat de schilder zijn vaardigheid zien om tegelijkertijd bijvoorbeeld het karakter van een satijnen kleed, een droog brood, een mat ei, bedauwde druiven, een hard glanzend glas en een parelmoeren schelp weer te geven. Vaak gebruikten schilders hun geliefde objecten telkens opnieuw.

Stadsgezicht Een stadsgezicht is een schilderij, tekening, prent of foto waarin een (deel van een) stad centraal staat. Uit de eerste eeuw na Chr. stamt een fresco in het badhuis van Trajanus te Rome dat een stad weergeeft in vogelvlucht perspectief. In de middeleeuwen verschijnt het stadsgezicht als achtergrond voor bijbelse taferelen en portretten.

Marines Een marine of zeegezicht, een onderdeel van de figuratieve kunst, heeft de zee als onderwerp. Een marine haalt zijn inspiratie voornamelijk uit alles rond de zee en schepen. Het is een genre dat vooral tussen de 17e en 19e eeuw werd beoefend. In de praktijk omvat de marine ook scheepvaart op rivieren en boten op het strand.

Historiestuk Een historiestuk geeft een afbeelding van een bijbels, mythologisch, historisch, allegorisch of literair tafereel. Het gaat meestal om een schilderij van een relatief groot formaat, waarop meerdere figuren zijn afgebeeld. De term is niet van toepassing op de bijbelse schilderijen uit de middeleeuwen. Vanaf de renaissance, toen het afbeelden van scènes uit de Oudheid in de mode kwam, gold het genre als het hoogste in de schilderkunst. Aan deze bevoorrechte hiërarchische positie kwam pas aan het eind van de negentiende eeuw een eind. Genrestuk Een genrestuk is een schilderij met een voorstelling uit het dagelijkse leven of uit de alledaagse omgeving. Het genre van de genreschilderkunst kreeg die benaming pas in de negentiende eeuw. Dit genre werd populair in de zeventiende eeuw. Zij schilderden toen bijvoorbeeld huiselijke taferelen, feestvierende boeren, vrolijke gezelschappen en kinderen die kattenkwaad uithalen. De afgebeelde personen zijn meestal anoniem. Vaak zat er in de voorstelling een morele boodschap verborgen.

Abstracte kunst Abstracte kunst is een richting binnen de moderne kunst waarin niet wordt geprobeerd om objecten uit de natuurlijke wereld weer te geven. Er worden geen zaken uit de reële wereld afgebeeld, maar er worden met vormen en kleuren, ritmes en contrasten onderliggende principes zichtbaar gemaakt. Abstracte kunst ontstond in het begin van de 20e eeuw. Het komt voor in de beeldhouwkunst en de schilderkunst van de 20e eeuw en vindt nog steeds aanhangers in de hedendaagse kunst.

Volksschilderkunst Enkele penselen, en tubes verf volstaan om tal van doodgewone gebruiksvoorwerpen te veranderen in mooie stukjes volksschilderkunst. De techniek van het volksschilderen is aan de hand van voorbeelden en patronen, zoals bloemen, vruchten en dieren en het beschilderen van dozen, klokken, dienbladen en grotere voorwerpen.