Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » architectuur » barok & rococo

carolus borromeus kerk

BAROK

De Beeldtaal van de Architectuur (17e eeuw) van de Barok heeft grote overeenkomsten met de Renaissance.

Architecten aan nog steeds uit van bouwelementen uit de tijd van de Grieken en de Romeinen. Zuilen, kapitelen, rechthoekige ramen en tympanen. 

De verandering ontstond doordat vormen letterlijk doorbroken of vervormd werden. 

In de Barokke architectuur ontstaat een voorkeur voor golvende bewegingen en ovalen.

De hele voorgevel wordt in een golfbeweging ontworpen en gebouwd.

Er zijn dan gedeelten van een gevel die naar voren springen of juist naar achteren.

Zo ontstaat een spel met licht en donker.

De architecten in het noorden van Europa wijken af van en spelen met de strenge regels van de renaissance, maar doen dat op een meer ingetogen, rustige manier.

Op de afbeelding zien we de voorgevel van de Sint Carolus Borromeuskerk in Antwerpen.

Er zijn pilasters (platte zuilen), rechthoekige ramen en een enorm tympaan (driehoekige vorm) sluit de gevel af. Twee sierlijke krullen zorgen voor een verbinding van het tympaan met de lijst van de bovenste verdieping. De lijst op de eerste verdieping wordt doorbroken en er zijn verschillende nissen waarin zich beelden bevinden.

 

BAROK

BAROK

De barok is een Europese stijlperiode (17e eeuw tot in de eerste helft van de 18e eeuw) die zijn oorsprong had in Italië.

Het woord barok komt van het Portugese barroco, wat 'onregelmatig gevormde parel' betekent. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vroeg-, hoog- en laatbarok. De laatbarok wordt ook wel rococo genoemd.

Kenmerken

De Barokke architectuur breekt met de beperkingen van het klassieke bouwen en laat een overdaad aan gebogen, plastische vormen zien. 

In de barokke architectuur komt de ware aard van de 'barocco' tot uiting.: OVERDAAD.

Barrocco is een juweliersterm om een ruwe parel of onbewerkte steen aan te duiden.

Bij de bouw van paleizen uit zich dat doordat de toegangsweg tot de ingang altijd schuin of van de zijkant is, zodat de betreder de symmetrie van het bouwwerk niet in de gaten zou hebben Hierdoor zou de "magie" ervan namelijk doorgeprikt kunnen worden. Het liefst werden er zelfs vijvers aangelegd om een frontale benadering onmogelijk te maken.

In de kerkelijke architectuur was de barok een overwegend katholieke stijl. In de tijd van de contrareformatie bouwden onder andere de jezuïeten veel kerken in deze stijl. In Nederland zijn barokkerken alleen te vinden in een aantal plaatsen die nooit onder het gezag van de Staten-Generaal zijn geweest, en die dus altijd katholiek zijn gebleven.

Als vervolg op de barok is in de achttiende eeuw rococo ontstaan, een veel lichter en luchtiger stijl, maar nog steeds heel rijk.

 

 barok                                                                                    rococo

rococo

ROCOCO

(rocaille, een asymmetrisch schelpmotief in de 18e eeuw vaak decoratief gebruikt)

Kenmerkend voor het rococo is asymmetrie, de nadruk op elegantie en het lieflijke en luchtige karakter.

Het belangrijkste doel van de rococo-architecten was het bieden van een overweldigend effect

waarin architectuur beeld-en schilderkunst aan elkaar verbonden werden. 
Met betrekking tot de decoratie zet de beweging van de barok zich in het rococo voort, maar ze fragmenteert zich en wordt op kleinere schaal uitgedrukt.

Monumentaliteit wordt vervangen door lossere vormen, vrolijkheid en frivoliteit; de onderwerpen worden minder ernstig. Dit valt samen met het minder streng worden van de sociale en morele codes in de samenleving.

st petersburg

rococo hof kapel