Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » beeldhouwkunst » renaissance

De Renaissance heeft de Kunst van de klassieke oudheid (Grieken en de Romeinen)als uitgangspunt.

In de Middeleeuwen en de Renaissance  zijn de verschillen verschillen in de Beeldhouwkunst nogal nogal.

In beide periodes hadden kunstenaars andere uitgangspuntenbij het maken van hun werk.

Om God te kunnen begrijpen en om dichter bij hem te komen, moet je alles goed bestuderen wat hij geschapen heeft--dacht men in tijdens de Gotiek. Zo ook de mens. Wanneer je begrijpt hoe een mens in elkaar zit, kom je weer wat dichter bij de Schepper. Deze ideeën worden in de Renaissance verder ontwikkeld. Er wordt gezegd: de mens is de maat der dingen. De verhoudingen van de mens worden zelfs gebruikt als uitgangspunt in de architectuur.

Michelangelo

Als je naar de David van Michelangelo kijkt, zie je dat het hier niet om een gewoon mens gaat. De mensfiguren uit de Renaissance zijn stuk voor stuk geïdealiseerd. Ze doen denken aan Griekse en Romeinse beelden. Daarnaast vormen ze niet meer een onderdeel van architectuur, maar zijn het vrijstaande beelden. David was het eerste naakt dat sinds de Oudheid op dit enorme formaat (5,50 meter) werd gemaakt. Door de beelden naakt te laten, konden kunstenaars laten zien dat de anatomie onder de knie hadden. Het moest er levensecht uitzien.

David

Opvallend aan het beeld zijn de grote handen en voeten en de fronsende blik. David is een sterke, gespierde jonge man, die geen angst lijkt te hebben. De slinger, waarmee hij later Goliath een steen naar zijn hoofd zal slingeren en doden, rust nu nog ontspannen over zijn schouder. Hij lijkt kalm, maar ook gespannen, klaar voor actie. Dit is wat Michelangelo wilde laten zien. Voor hem is het lichaam, de gevangenis van de ziel. Er broeit iets onder het marmer; de ziel van David, klaar voor de strijd.

Renaissance
1400-1600

michelangelo

In Italië  ontstond (begin 15e eeuw) een hernieuwde belangstelling voor de kunst en cultuur van de klassieke oudheid.deze periode kreeg de naam Renaissance, wat wedergeboorte betekent.

Tijdens de Middeleeuwen richtte men zich op de religie en hiernamaals, maar in de Renaissance ontdekte men opnieuw de schoonheid van de wereld en van het menselijk lichaam.

Door het afnemen van de invloed van de kerk kwam de mens zelf centraal te staan.

 

Kenmerken:
• Realistische weergave
• Mythologie
. Vrijstaande beelden
• Geïdealiseerd
• Anatomisch
• Plastisch plooien, lichtval

mozes/michelangelo

Kenmerkend voor de Renaissance was (net zoals in de Klassieke oudheid) dat schoonheid belangrijker werd gevonden dan het afbeelden van het menselijk lichaam naar de werkelijkheid.

Ook werden beelden afgebeeld in conta-posto. Dit was een houding waarbij het beeld zijn gewicht naar een been verplaatste zodat het andere beentje er losjes bij hing. De romp was hierbij iets gedraaid. Deze houding zorgde ervoor dat er meer 'beweging' in de beelden werd gecreëerd en het niet meer een blok steen was.
Bij de beeldhouwkunst maar ook bij de schilderkunst beeldde men voor het eerst weer het menselijk naakt af zoals in de klassieke oudhei

Doordat kunstenaars in de Renaissance de anatomie gingen bestuderen kwamen men er achter dat het skelet (spieren, botten, bloedvaten) invloed hadden op de uiterlijke vorm van het lichaam.

De menselijke figuur kreeg een een meer realistische vorm

 

 

Venus_John_Dearerenaissance.jpg

Classicisme:  1640 en 1750, die terugkeert naar de klassieke Griekse en Romeinse voorbeelden Voor de kunstenaars uit de Renaissance vormde de beeldtaal van de klassieke oudheid het uitgangspunt. Helaas voor de schilders uit die tijd waren er nauwelijks schilderingen uit de Griekse of Romeinse tijd bewaard gebleven.

Het MANIËRISME tijdens de Renaissance                                           De maniëristen geven de voorkeur aan "bewegende" figuren, en dan met name aan de figuur "s", de slangvormige figuur die niet binnen geometrische cirkels of vierhoeken kan worden gevangen. Berekenbaarheid en meetbaarheid worden niet langer beschouwd als objectieve criteria en zijn uitsluitend instrumenten voor de verwezenlijking van steeds ingewikkeldere technieken (perspectivische verschuivingen, vertekeningen) en voor het verbeelden van ruimtes waarin niet langer sprake is van een vlakverdeling op grond van de "juiste proporties".