Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » beeldhouwkunst » barok & rococo

BAROK & ROCOCO

barok & rococo

Barok

Barok 

Het woord barok komt van het Portugese barroco, wat 'onregelmatig gevormde parel' betekent. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vroeg-, hoog- en laatbarok.

De laatbarok wordt ook wel rococo genoemd.

De Barok  (17e eeuw tot in de eerste helft van de 18e eeuw

De Barok ontstond in Italië (Rome), terwijl in het noorden de renaissance nog aan het nabloeien was.

De stijl bouwt voort op de renaissance maar veranderd gaandeweg in een meer beweeglijker/dynamische  stijl.

Door veel pracht en praal te gebruiken in de bouwstijl van de kerken proberen de katholieken, mensen te imponeren en zo terug te krijgen

In Frankrijk wordt de barok door het Franse hof gebruikt.

Door  Lodewijk XIV wordt deze stijl populair.

Hij liet het paleis van Versailles bouwen. De barok werd dus vooral gebruikt om het publiek te imponeren en ze nietig te doen voelen bij het betreden van het kasteel.

De bewogenheid van de Beelden uit de Barok worden versterkt  door de "schroefvorm" van de gestalte, het brede gebaar, de gespannen spierbundels, de wapperende draperie. 

In de lucht zwevende figuren worden uitgebeeld alsof ze niet aan de wetten van de zwaartekracht onderworpen zijn.

De bedoeling is niet, zoals bij de Renaissance kunstenaars, louter schoonheid te scheppen, maar een bepaald gevoel uit te drukken: kracht, smachtende liefde tot God, onverzettelijkheid , smart, woede

De Barok heeft een voorkeur voor meer dan levensgrote beelden, voor ( overdreven) spieren, voor plastische vormen en voor hoogreliëf.

Contrast ontstaat bijvoorbeeld door open en gesloten ruimtes in het beeldhouwwerk of het licht dat over de uitstekende plooien van het gewaad speelt.

Het beeld wordt voor een bepaalde plek gemaakt, waar het een geheel moet vormen met de plek/ruimte, in vorm en kleur.

ROCOCO

rococo

rococo

450px-Franz_Anton_Bustelli_Liebesgruppe_1756-4.jpg
 
 
 
 

 

 

 

 

De naam is een samentrekking van het Franse woord rocaille, een asymmetrisch schelpmotief dat men in de 18e eeuw aantreft in met name de toegepaste kunst, en het Italiaanse barocco, dat barok betekent.

Kenmerkend voor het Rococo is asymmetrie.

Rococo staat voor: elegantie en het lieflijke en luchtige karakter.

Het kleurgebruik typeert zich door de zachte tinten, met veel gebruik van pastel.
Met betrekking tot de decoratie zet de beweging van de barok zich in het rococo voort, maar ze in kleinere formaten.

Monumentaliteit wordt vervangen door lossere vormen, vrolijkheid en frivoliteit; de onderwerpen worden minder ernstig. Dit valt samen met het minder streng worden van de sociale en morele codes in de samenleving.