Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » multi-media kunst » kinetisch en meer

Kinetische kunst

Tinguely

 
 

Kinetische kunst of Kinetic art is een stroming in de kunst waarin beweging centraal staat.

Tijd en Beweging uitbeelden in het kunstgebeuren zijn aloude motiveringen. Rogier Van der Weyden had er al mee te maken in zijn Kruisafneming, midden de 15e eeuw, tussen de statische mystici van de Vlaamse Primitieven. William Turner liet zijn trein uit de mist stormen in zijn Regen, stoom en snelheid van 1844.

Tinguely werd geboren in het Zwitserse Fribourg en groeide op in Bazel. Hij trouwde in 1951 met de kunstenares Eva Aeppli en verhuisde in 1953 naar Parijs. In 1955 ontmoette hij de Franse beeldhouwster Niki de Saint Phalle die hem vroeg een onderdeel te lassen voor een werk van haar. Hij werkte en woonde vanaf eind 1960 met haar samen en produceerde vanaf 1961 gezamenlijk werk. Hij trouwde met haar op 13 juli 1971. Zij maakten samen een groot aantal kunstwerken waaronder de Strawinsky-fonteinen in Parijs.

Tinguely overleed op 66-jarige leeftijd in Bern

 

 

Werk

Tinguely is vooral bekend geworden door zijn kinetische kunstwerken. Hij maakte deel uit van het Nouveau Réalisme (een Franse kunststroming, verwant aan de Pop-art-beweging ) en was dan ook een goede vriend van Yves Klein en Daniel Spoerri. De invloed van het Franse dadaïsme is duidelijk voelbaar in zijn werk. De kinetische kunst heeft als voornaamste thema: de beweging in kunst. De installaties van Jean Tinguely komen zowel door motoren, de toeschouwer als automatisch in beweging, bijvoorbeeld door de wind. Sommige van zijn sculpturen, waaronder enkele zelfvernietigende machines, waren voorbestemd om in de loop der tijd verandering te ondergaan.

Zijn bewegende en veranderende machines waren een uitdrukking van zijn overtuiging dat de essentie van zowel het leven als de kunst bestaat uit continue verandering, beweging, en instabiliteit. Zijn nutteloze machines kunnen daarnaast worden opgevat als karikaturen van en kritieken op de mechanische wereld, het technologische systeem, en het geloof in de technologische vooruitgang.

 

We moeten echter op de komedie Le Roi Bombance van Filippo Marinetti wachten, te Parijs in 1909 en op de daaropvolgende futuristische manifesten, met Carra, Russolo, Balla en Severini, om kennis te maken met de eerste theoretische grondslagen van een statisch dynamisme en de creaties ervan.

Robert Delaunay en Piet Mondriaan bevestigen, na 1913, de puur dynamische mobiliteit van de kleur, elk op hun eigen manier, maar het is Marcel Duchamp die in dat jaar het eerste echt mobiele werk creëert met zijn Fietswiel. De kinetische kunst is geboren.

Dadaïsme en optische illusies uit de Op-art spelen hun rol in het kinetisme en Man Ray realiseert, in 1920, zijn eerste mobiele prestaties Abat-jour en Object of obstruction. Vladimir Tatlin creëert zijn gigantisch Monument voor de Derde Internationale, in Rusland, en Naum Gabo presenteert zijn Construction cinétique ook al in datzelfde jaar. Ook Aleksandr Rodtsjenko, Alexei Kloutsis en Ivan Klioun dienen geciteerd, terwijl Alexandre Archipenko met zijn machine Archipentura, in 1924, de illusie van beweging schept met diverse picturale composities die simultaan bewegen.

Merken we terloops op, dat schilders en beeldhouwers op eenzelfde veld spelen. Twee- en driedimensionele kunst worden inderdaad door dezelfde motivering van tijd en beweging bevangen.

In Duitsland speelt Bauhaus zijn promoverende rol met Oskar Schlemmer, Herbert Bayer, Josef Albers en Laszlo Moholy-Nagy, die van 1922 tot 1930 aan zijn Modulateur espace-lumière werkt. Viking Eggeling en Hans Richter provoceren beweging alleen binnen puur optische middelen met hun rouleaux-collages.

De Amerikaan Alexander Calder, beroemd omwille van zijn Mobiles, sinds 1932, realiseert zijn eerste Bocal de poissons rouges à manivelle in 1929.

caldervasarely

Na een zekere stagnatie komt de kinetische kunst opnieuw tot bloei, na de oorlog, vanaf de vijftiger jaren, met Victor Vasarely als onbetwist opmerkelijke figuur.

Audiovisuele kunsten

Het begrip audiovisuele kunsten houdt in dat de kinetische, abstracte kunst en muziek samenkomen. Het overkoepelt dus visuele muziek, abstracte film, audiovisuele performances en installaties. Men kan stellen dat audiovisuele kunst, kunst is waarbij men zowel kijkt als luistert naar het object

AUDIO

Peter Struycken

"Lichtarcade", NAI Rotterdam.

Peter Struycken (Den Haag, 5 januari 1939) is een Nederlands beeldend kunstenaar en kleurdeskundige.

Struycken studeerde van 1957 tot 1962 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. In 1964 werd hij docent aan de kunstacademie te Arnhem.

 

Werkwijze

In 1969 gebruikte hij voor het eerst een computer om een kunstwerk te maken. Sinds die tijd vormt de computer een essentieel onderdeel van zijn onderzoek naar het in beeld brengen van structuren.

Zijn werk moet op een logische manier tot stand komen, ondubbelzinnig en controleerbaar zijn om inconsequenties te vermijden. Met behulp van de computer kan Struycken aan zijn kunstwerken een onderliggende structuur geven. Vanuit die structuur ontstaat dan een veelheid aan vormen, kleuren en processen die in al hun verscheidenheid toch diezelfde onderliggende structuur gemeen hebben

Verlichting van gebouwen

Zo heeft hij voor verschillende gebouwen computergestuurde verlichting ontworpen, onder meer voor het plafond van het Muziektheater te Amsterdam en voor de arcade van het Nederlands Architectuurinstituut te Rotterdam

sylvia apostol