Kunstgeschiedenis.jouwweb.nl
Home » beeldhouwkunst » 20'eeuw » organische beeldhouwkunst

Organische vormen zijn vormen die gebaseerd zijn op menselijke, dierlijke en plantaardige vormen. Het zijn vormen zonder duidelijke rechte lijnen.beeldhouwkunst

 

 

 

art deco

 

Organisch: in de kunst: uit een groeiproces voortgekomen, natuurlijke vormen (tegenovergestelde: tektonisch)

JUGENDSTIL/ART NOUVEAU: Het jugendstilornament is samengesteld uit motieven die gewoonlijk asymmetrische composities vormen met een tweedimensionaal karakter, zoals men dit ziet op meubels, sieraden, lampen, bedrukte stoffen enz. De belangrijkste inspiratiebron is de natuur. De motieven zijn vaak langstelige, gracieus gestileerde planten en bloemen (lelies, kelken, irissen, papavers, rozenknop), vogels (zwanen, pauwen), libellen, de eivorm, wolken- water- en rotspartijen, vaak gecombineerd met slanke vrouwengestalten

art nouveau

 

Henry Spencer Moore was een Engelse beeldhouwer.

Henry Moore is bij het grote publiek met name bekend door zijn grote abstracte bronzen en marmeren sculpturen. Hij speelde een belangrijke rol bij het introduceren van een nieuwe vorm van modernisme in het Verenigd Koninkrijk. Zijn figuren zijn meestal abstracties van het menselijk lichaam. Veel van zijn beste werken vallen in de categorie: "moeder en kind" of "achteroverleunende figuren", behalve een korte fase in de jaren '50 toen hij zich toelegde op het uitbeelden van groepen personen.

Het werk van Moore wordt gekenmerkt door organische en natuurlijke vormen en geeft meestal een suggestieve benadering van de natuurlijke contouren van het (vrouwelijke) lichaam zonder figuratief te zijn. Moore voelde zich sterk verbonden met de natuur en hij haalde hier dan ook veel inspiratie uit. Zo verzamelde hij in zijn atelier allerlei voorwerpen zoals botten, stenen en drijfhout. De vormen van zijn latere abstracte sculpturen zijn vaak doorboord of bevatten holle ruimtes. Moore-kenners vergelijken de kronkels in zijn werk met het landschap en de heuvels van zijn geboortestreek Yorkshire.  In de loop van zijn carrière werden zijn sculpturen steeds vaker in een stedelijke omgeving geplaatst. Moore maakte ook talrijke studies waarin hij zijn figuren combineerde met architectonische elementen zoals trappen, banken en muren

 

De nasleep van de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en het tijdperk van de atoombom waren elementen die terugkwamen in de thematiek van zijn werken uit het midden van de jaren '40. Moores gevoel, dat Engeland ongeslagen uit de strijd zou komen, leidde er toe dat hij zich meer ging richten op werken die werden gekenmerkt door duurzaamheid en continuïteit.

 

 

 

De kenmerkende vorm van Moore is de achteroverleunende figuur, beïnvloed door de Chac-Mool die hij had gezien in het Louvre. Moore gaf als uitleg voor het veelvuldig gebruik van deze vorm dat deze hem leidde naar het gebruik van abstractie, experimenterend met de elementen van het ontwerp (oa houding van figuur, ledematen, hoofd, uitdrukking, lijnenspel). De eerste achteroverleunende figuren, zoals Draped Reclining Woman, zijn nog vrij massief en compact en bovendien nog goed als menselijke gedaantes te herkennen. Latere beelden, zoals Reclining Figure, zijn veel slanker en - mede door het gebruik van holtes, bollingen en gaten - luchtiger van vorm en wijken sterk af van hoe het menselijke figuur er werkelijk uitziet, deze ontwikkeling laat zien dat Moore abstracter ging werken.

 

De vroege figuren zijn op een conventionele manier doorboord, er werd ruimte gecreëerd tussen of in de ledematen van het lichaam. De latere, meer abstracte figuren zijn vaak direct doorboord met ruimtes door de figuur heen. Hiermee verkende en veranderde Moore de concave (hol) en convexe (bol-)vormen van de figuur. Moore en Barbara Hepworth gebruiken en ontwikkelen tegelijk deze extremere doorboringen in hun werk.

 

Aan het eind van de jaren '40 produceerde Moore veel beelden door gebruik te maken van mallen en werkte hij de vorm direct uit in klei of gips, voordat hij overging tot het gieten met behulp van de cire perdue-techniek. Voor zijn grotere werken maakte hij vaak modellen op schaal, voordat hij begon aan de definitieve mal en het gieten in de bronsgieterij. Vaak verfijnde Moore de definitieve volledige gipsvorm nog en voegde kleine details toe aan het oppervlak, voordat hij overging tot het gieten.

 

barbara hepworth

barbara hepworth