de Grieken
De geschiedenis van onze beschaving en cultuur is begonnen in Griekenland. Doordat allerlei mensen naar griekenland trokken en zich mengden met de oorspronkelijke bewoners ontstond de Giekse beschaving in Mycene. Ongeveer 1200 vóór Christus vielen allerlei stammen Griekenland binnen en toen bloeide de architectuur op. Er bestond nooit één centrale besturing; het land bestond uit allerlei stadstaten. Ook de Grieken hadden een meergodendom en elke god had zijn eigen tempels.
De bouwkunst
Doordat er veel met hout is gebouwd, is er weinig teruggevonden van de antieke Griekse bouwkunst. Later is met gebruik gaan maken van steen, waardoor deze tempels onze enige bronnen zijn. De tempel was het huis van de god en kon in 3 verschillende stijlen worden gebouwd, nl:
1. De Dorische orde ( vanaf ongeveer 600 v. Chr. )
Hiervan zijn de verhoudingen zwaar, het materiaal is ietwat plomp en dik en het is weinig versiert. De zuil werd voorzien cannelures en bestond uit verschillende schijven.
2. De Ionisch orde ( vanaf ongeveer 570 v. Chr. )
Deze is al lichter met meer versiering, de zuilschacht wordt dunner en er wordt meer gekeken naar afwerking. Ook wordt
de zuil op een voetstuk geplaatst en bestond het architraaf uit 3 delen om het geheel lichter te maken.
3. De Korintische orde ( vanaf ongeveer 420 v. Chr. )
Deze werd gemengd met de Romeinse stijl. De cannelures verdwijnen, de fries bestaat alleenmaar uit reliëf
en de zuilen zijn nóg slanker geworden. Het werd heel organisch uitgewerk => met veel bladen en versiering.
De Oud-Griekse architectuur bestaat uit veel verschillende stijlen en bestrijkt verschillende perioden.
Minoïsch
Myceens
Het bekendste bouwwerk uit de Myceense cultuur is de schatkamer van Atreus(Koning van Mycene), bekend om het schijngewelf, en de leeuwenpoort. Een schijngewelf wordt gevormd door ringvormig gelegde, elkaar overdragende lagen stenen. Elke laag versmalde de diameter, tot het gewelf met één enkele steen kon worden voltooid. Op soortgelijke wijze werden in de Myceense architectuur ook gangen overwelfd. Het grootste verschil met een echt gewelf is dat de krachten uitsluitend verticaal naar de fundering worden gevoerd, terwijl in een boogconstructie ook horizontaal op de muren worden overgebracht. Het schijngewelf is echter constructief minder sterk dan een echt gewelf.
Dorisch
De Grieken hadden in het begin niet veel kennis over de sterkte van steenconstructies en dus is de Dorische orde gekenmerkt door vrij logge gebouwen met kolommen met zware afmetingen en met de steunpunten dicht bij elkaar, deze bouw heet architraafbouw, een architraaf is een balk. Bekendste gebouw in deze stijl is het Parthenon op de Akropolis te Athene.
Ionisch
In de Ionische orde heeft slankere zuilen en grotere overspanningen. Ionische zuilen zien er anders uit dan Dorische: ze hebben een basement en het kapiteel heeft twee voluten. Ook het hoofdgestel is anders gedetailleerd, in plaats van trigliefen, metopen en mutuli is er een (gebeeldhouwd) fries met daarboven een tandlijst. Bekende voorbeelden zijn de Nikè-tempel en het Erechtheion op de Akropolis van Athene.
Korinthisch
De Korinthische orde komt voornamelijk voor in Klein-Azië en had veel invloed op de Romeinse bouwkunst. De Korinthische orde is vaak rijk versierd door een acanthusblad dat of -bloem die op de zuilen zit.
De Archaïsche periode
De monumentale bouwkunst ontwikkelde zich in het oude Griekenland vanaf de 8e en de 7e eeuw v.Chr. door de bouw van tempels voor de goden, aanvankelijk met lemen of bakstenen muren, maar zuilen, dak- en balkwerk van hout. Tegen het einde van de 7e eeuw werden de elementen van de houtbouw "vertaald" in steen, en werden ook geleidelijk aan kostbaarder steensoorten als kalksteen en marmer aangewend. In het midden van de 6e eeuw had op het vasteland en in de Magna Graecia de "Dorische", op de kust van Klein-Azië de "Ionische stijl" een zodanige canonieke vorm aangenomen, dat men sindsdien terecht van een Dorische en Ionische bouworde kan spreken.
Maak jouw eigen website met JouwWeb